Een app die toestemming tot seksuele handelingen kan bewijzen, zin of onzin?

Onzin. Dat het thema verkrachting in onze maatschappij leeft, is duidelijk. Twintig procent van de Belgische vrouwen verklaart dat ze ooit zijn verkracht. Bij de Belgische mannen ligt dit cijfer op dertien procent. Dat blijkt uit een rapport van Amnesty International . Ondanks deze hoge cijfers blijkt dat het Openbaar Ministerie maar liefst 53% van de aangegeven verkrachtingszaken seponeert, niet vervolgt dus. Maar hoe komt dat net?

Procureur des Konings Ine Van Wymersch verduidelijkte in De Afspraak dat het Openbaar Ministerie verkrachtingszaken seponeert omwille van twee verschillende redenen. Sommige verkrachtingszaken worden geseponeerd wegens opportuniteitsredenen en andere omwille van technische redenen. Opportuniteitsredenen houden in dat het Openbaar Ministerie het niet wenselijkheid vindt om een bepaald misdrijf te vervolgen. Technische redenen hebben eerder te maken met een gebrek aan bewijzen of de onbekendheid van de dader.

Voor het Openbaar Ministerie is het niet eenvoudig om een verkrachting nadien in de rechtbank te kunnen bewijzen. Ze moeten immers bewijzen dat er sprake is van een seksuele penetratie, zonder toestemming van het slachtoffer. Terwijl DNA-tests de oplossing kunnen zijn bij het identificeren van daders, loopt een verkrachtingszaak vaak vast bij het bewijzen en beoordelen van de vraag of de seksuele penetratie met of zonder toestemming plaatsvond. Een belangrijke afweging die in elke verkrachtingszaak gemaakt moet worden, is die tussen de (on)geloofwaardigheid van het slachtoffer enerzijds en de (on)schuld van de vermeende dader anderzijds. Vaak mondt dat uit in een woord-tegen-woord discussie. Het is dan aan de strafrechter om op basis van zijn innerlijke overtuiging te beslissen of de verkrachting boven elke redelijke twijfel plaatsvond, dan wel of het gaat om een valse beschuldiging.

Smartphone-app

Zou er – net zoals een DNA-test voor de identificatie van personen – geen middel kunnen bestaan waarmee de aan- of afwezigheid van toestemming bewezen kan worden? Waarom zou de technologie in geval van twijfel omtrent de toestemming geen oplossing kunnen zijn? Zou een eenvoudig bruikbare smartphone-app, die de uitdrukkelijke toestemming tot een seksuele handeling vastlegt in een contract, een antwoord kunnen bieden bij het beoordelen van een verkrachtingszaak?

Die vragen moeten enkele creatieve ontwikkelaars van smartphone-apps zich gesteld hebben. Ze hebben namelijk applicaties ontwikkeld onder de noemer “sexual consent apps”. Dergelijke applicaties zijn de dag van vandaag al beschikbaar op de smartphone-applicatiemarkt.

Dergelijke apps roepen meteen enkele praktische vragen op. Past het in onze samenleving dat mensen, vooraleer ze tot een intieme daad overgaan, een contractje moeten opmaken? Hoe weet je of ook dat contractje niet werd afgedwongen? Wat moet er in een dergelijk contractje staan?

Los van dergelijke praktische vragen, rijst ook één zeer belangrijke juridische vraag. “Kan je dit wel in een contract vastleggen?”

De vraag stellen, is de vraag beantwoorden. Helaas (voor de ontwikkelaars), luidt het antwoord “neen”. Juridisch is het onmogelijk om een dergelijke toestemming vast te leggen in een contract. Elk contract moet in overeenstemming zijn met “de openbare orde en de goede zeden”. Een contract waarin iemand op voorhand definitief zegt dat een latere seksuele handeling met toestemming zal plaatsvinden, gaat in tegen die openbare orde en goede zeden. Dat is zo omdat een persoon volgens de rechtspraak te allen tijde haar toestemming tot een seksuele handeling moet kunnen intrekken. Wie in een sexual consent app een dergelijk contract ondertekent, legt al op voorhand vast dat een toekomstige seksuele handeling geen verkrachting zal zijn. Op die manier legt die persoon ook al vast dat hij in de toekomst die toestemming niet meer zal intrekken. Het is net dat recht om de toestemming in te trekken dat je jezelf via een contract niet kan ontnemen.

Een dergelijke app is dus een mooie poging om een eeuwenoud bewijsprobleem op te lossen, maar als oplossing is ze juridisch niet waterdicht. Of het probleem op een andere manier kan worden opgelost en of de technologie daar een rol in zal spelen, zal de toekomst moeten uitwijzen.

Bannister Advocaten

Tot dan worden zedenzaken enorm vaak gekenmerkt door de woord-tegen-woord problematiek en een gebrek aan objectief bewijs.

De al dan niet aanwezigheid van de toestemming zal aldus vaak moeten blijken uit de door de betrokken partijen afgelegde verklaringen.

Het is daarom uitermate cruciaal dat u tijdens het afleggen van uw verklaring in een zedenzaak bijstand heeft van een gespecialiseerd advocaat.

Wenst u hierover meer informatie of wilt u worden bijgestaan door een gespecialiseerde advocaat? Neem dan gerust contact met ons op via info@bannister.be of via 03.369.28.00.