Kan er in staat van dronkenschap toestemming tot geslachtsgemeenschap worden gegeven? Of is er altijd sprake van het misdrijf verkrachting?

Het belangrijkste constitutieve bestanddeel van het misdrijf verkrachting is het gebrek aan wederzijdse toestemming tijdens de betreffende seksuele handelingen.

Ieder persoon dient in de mogelijkheid te zijn om zijn toestemming te geven teneinde seksuele betrekkingen te hebben.

Maar, quid bij dronkenschap? Is ieder dronken persoon, die zich bovendien zelf in deze toestand heeft gebracht, in de absolute onmogelijkheid om seksuele betrekkingen te hebben? Maken deze seksuele handelingen bijgevolg meteen een misdrijf uit?

Neen. Ook een persoon in dronken toestand kan en is in de mogelijkheid om seksuele betrekkingen te hebben waarbij deze zijn rechtsgeldige toestemming geeft.

Om een gebrek aan toestemming vast te kunnen stellen, dient er immers sprake te zijn van een wilsgebrek. Naast dwang, list, e.a. (art. 375 Sw.)  kan dronkenschap een wilsgebrek uitmaken in de vorm van een “lichamelijk of geestelijk gebrek”.

De parlementaire voorbereidingen bepalen immers met betrekking tot een lichamelijk of geestelijk gebrek ;

“De Commissie is het met dat voorstel eens, met dien verstande dat die uitdrukking niet alleen dient te slaan op een definitief, doch ook op een tijdelijk “lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid” als gevolg van, bijvoorbeeld, het gebruiken van een geneesmiddel, van alcohol of van drugs.”

 

Hierbij wordt dronkenschap als voorbeeld aangehaald van een lichamelijk of geestelijk gebrek die een rechtsgeldige toestemming uitsluit.

Het voelt echter enorm onrechtvaardig aan om telkenmale tot een gebrek aan toestemming te besluiten, en bijgevolg tot verkrachting, wanneer iemand zichzelf in dronken toestand gebracht heeft en seksuele handelingen stelt.

Daarom is volgende nuance uitermate belangrijk ;

Het staat vast dat het “lichamelijk of geestelijk gebrek” allerminst doelt op het onvoorwaardelijk uitsluiten van wederzijdse toestemming indien alcohol genuttigd wordt. Meer nog, alcohol wordt hier louter bij wijze van voorbeeld aangehaald.

 

In haar Arrest van 7 maart 1989 bepaalde het Hof van Cassatie immers dat de vrije wilsbeoordeling slechts uitgesloten kan worden wanneer de afwezigheid van de instemming uitdrukkelijk vastgesteld wordt. De loutere constatatie dat het normale vermogen om te beseffen wat er plaatsvind in zekere mate ontbreekt, volstaat niet.

 

Hieruit volgt dat de enkele vaststelling van het gebrek nooit voldoende is. Er moet effectief aangetoond worden dat de vrije wilsbeschikking afwezig is.

 

Het Hof van Cassatie bepaalde daarenboven reeds in 1999 dat de opsomming van de wilsgebreken in het Strafwetboek noch beperkend, noch cumulatief mag worden geïnterpreteerd.

 

Daaruit volgt nogmaals dat geenszins kan worden afgeleid dat telkenmale wanneer iemand zich in dronken of beschonken toestand bevindt, er geen rechtsgeldige toestemming kan verleend worden.

 

De wetgever heeft met het inschrijven in de wet van “een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid” slechts een vermoeden gecreëerd.

 

Dat vermoeden leidt er niet automatisch toe dat elke persoon met een dergelijk gebrek of onvolwaardigheid zou moeten verstoken blijven van een normale seksuele beleving en dat hij er niet in zou kunnen toestemmen.

 

Er dient te worden vastgesteld dat zware dronkenschap een tijdelijk geestelijk of lichamelijk gebrek kan uitmaken.

 

De parlementaire voorbereiding spreekt hier over een toestand waarbij de uitgesloten besluitvorming “volkomen” dient te zijn, om te voorkomen dat het slachtoffer toch niet min of meer bewust met het stellen van de handeling akkoord zou geweest zijn.

 

De nadruk ligt ter zake op het feit dat de dronkenschap totaal moet zijn. Het dient zeker te zijn dat het slachtoffer toch niet min of meer vrijwillig kon toestemmen.

De ernst zal in elke zaak in concreto moeten worden nagegaan en door het Openbaar Ministerie bewezen worden om de rechter toe te laten te oordelen of de vrije wilsbeslissing effectief ontbrak.

Heeft U hierover vragen of wordt U verdacht van bepaalde feiten, aarzel dan zeker en vast niet om ons te contacteren op het telefoonnummer 03/369.28.00