De leeftijdsgrenzen in zedenzaken onder loep

Misdrijven gepleegd ten aanzien van minderjarigen worden consequent zwaarder bestraft door het Belgische strafrecht.
Hoewel ons rechtssysteem de laatste decennia gekenmerkt wordt door een toenemende bescherming van minderjarigen, is de éénduidigheid en logica vaak ver te zoeken.

Waar minderjarigen vanaf de leeftijd van 14 jaar kunnen instemmen met seksuele penetratie, kunnen zij dit niet voor overige (minder ingrijpende) seksuele handelingen.

Aanranding van de eerbaarheid ten aanzien van een persoon onder de 16 jaar zal altijd strafbaar zijn, zelfs bij afwezigheid van geweld of bedreiging.
De strafwet hanteert het onweerlegbaar vermoeden dat een minderjarige beneden de leeftijd van 16 jaar geen geldige toestemming kan geven voor handelingen van seksuele aard.

Het feit dat de minderjarige hiermee instemde, dan wel zelf het initiatief nam tot deze handelingen is geheel irrelevant, nu de wetgever een onweerlegbaar vermoeden van morele dwang hanteert.

Dit onweerlegbaar vermoeden werd wat het misdrijf verkrachting betreft vastgesteld op 14 jaar.

Het verschil tussen de onderscheiden leeftijdsgrenzen leidt tot de bizarre situatie dat een veertien- of vijftienjarige die geldig toestemt met seksuele penetratie, steeds geacht wordt het slachtoffer te zijn van een aanranding van de eerbaarheid.

Het argument dat men geen kennis had van de werkelijke leeftijd van het slachtoffer zal doorgaans zonder gevolg blijven, zelfs wanneer dit berust op leugenachtige verklaringen van de minderjarige zelf.

Desalniettemin bekwamen wij vanuit onze ruime ervaring in zedenzaken reeds rechtspraak dewelke bevestigt dat er wel degelijk sprake kan zijn van onoverwinnelijke dwaling omtrent de leeftijd.

Wanneer er voldoende overeenstemmende feitelijke elementen zijn die maken dat ieder redelijk en vooruitziend persoon in diezelfde omstandigheden dezelfde vergissing zou hebben gemaakt, kan de onoverwinnelijke dwaling alsnog worden aanvaard.

In casu hadden meerdere mannen seksuele contacten gehad met een minderjarige vrouw, die zich prostitueerde via een datingsite.

De dame in kwestie adverteerde onder een alias waarbij zij aangaf een 21 jarige universiteitsstudente te zijn. Zij bevestigde deze hoedanigheid meermaals ter gelegenheid van de fysieke ontmoetingen.

Voorgaande elementen in combinatie met de ontwikkelde uiterlijke kenmerken van de jonge vrouw, maakten dat de dwaling omtrent de leeftijd van het slachtoffer als onoverwinnelijk werd bestempeld.