Behandeling van zedenfeiten voortaan altijd achter gesloten deuren?

De behandeling van een strafzaak is in België, volgens de huidige wettelijke regeling zoals vervat in artikel 190 van het Wetboek van Strafvordering, in regel openbaar. Iedereen kan de behandeling van uw strafzaak ten gronde op de rechtbank meevolgen. Dit wil zeggen dat niet alleen de betrokken partijen aanwezig kunnen zijn, maar ook de pers en zelfs elke burger met interesse in het strafrecht.

Momenteel kan de rechter de zitting achter gesloten deuren bevelen indien één van de partijen hierom verzoekt. De rechter is echter geenszins verplicht om dit verzoek in te willigen.

De vraag rijst of deze principiële openbaarheid in bepaalde gevoelige zaken wel wenselijk is. Zowel de privacy van het slachtoffer als de privacy van de beklaagde komen hierbij in het gedrang.

Wetsvoorstel

Het parlement gaat daarom binnenkort oordelen over een wetsvoorstel dat de openbaarheid van strafzittingen met betrekking tot zedenmisdrijven zeer sterk beperkt.

De indieners van het wetsvoorstel willen de huidige regeling omdraaien. Hierdoor zullen zedenmisdrijven standaard achter gesloten deuren worden behandeld. Slechts op vraag van één van de partijen zal de zaak openbaar behandeld kunnen worden.

De reden achter dit voorstel ligt niet alleen bij de bescherming van de privacy van het slachtoffer, maar volgens de indieners zou deze nieuwe regeling tevens beter tegemoetkomen aan het vermoeden van onschuld dat speelt in hoofde van de beklaagde.

Onder deze nieuwe regeling zouden personen die ten onrechte verdacht worden van zedenfeiten immers niet de schade dienen te ondergaan van het publiek karakter van de zitting wanneer naderhand zou komen vast te staan dat zij geen schuld treffen en bijgevolg vrijgesproken worden.

Bannister advocaten volgt dit verder op voor u en houdt u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen!

Bron: Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering wat betreft de openbaarheid van de zitting bij de behandeling van strafzaken voor het vonnisgerecht, Parl. St. Kamer 2020, nr. 1054/001.

Mr. Cop

23 maart 2020