Hof van Cassatie gaat dieper in op de seksuele penetratie

Artikel 375 van het Strafwetboek omschrijft verkrachting als volgt:

“Verkrachting is elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd op een persoon die daar niet in toestemt.”

Opdat er sprake kan zijn van een verkrachting, dient er bijgevolg voldaan te zijn aan volgende bestanddelen:

  • Een seksuele penetratie
  • Van welke aard en met welk middel ook
  • Op een levende persoon
  • Afwezigheid van toestemming

In huidige bijdrage geven we meer toelichting omtrent het eerste bestanddeel van het misdrijf verkrachting, zijnde de seksuele penetratie.

Verkrachting veronderstelt dat er een seksuele penetratie heeft plaatsgevonden.

Een loutere penetratie zal dus niet volstaan om te kunnen spreken van een verkrachting, de penetratie dient immers een seksueel karakter te hebben.

Daden van penetratie, die louter een aantasting van de fysieke integriteit uitmaken, en waarbij de seksuele hoofdtoon ontbreekt, vallen niet onder de kwalificatie verkrachting.

De vraag stelt zich evenwel wanneer er voldaan is aan de voorwaarde van een “seksuele penetratie” en wat de beoordelingscriteria hiervoor zijn.

Het Hof van Cassatie heeft in haar arrest van 21 december 2021 verdere duiding gegeven bij dit bestanddeel en heeft geoordeeld als volgt:

De rechter die oordeelt dat het seksuele karakter van de penetratie vaststaat, dient hierbij niet uitdrukkelijk vast te stellen dat de dader de penetratie met een seksueel opzet heeft gepleegd.”

Het Hof van Cassatie stelt met andere woorden dat het niet vereist is dat er een seksueel opzet in hoofde van de dader aanwezig is opdat er sprake zou kunnen zijn van een verkrachting. Het volstaat dat de rechter het seksuele karakter van de penetratie vaststelt.

Het seksuele opzet in hoofde van de dader is bijgevolg onbelangrijk. Het komt aan de rechter toe het seksuele karakter van de penetratie te evalueren en op basis daarvan te oordelen of de feiten effectief onder de kwalificatie verkrachting ressorteren.

Wanneer er dus een penetratie heeft plaatsgevonden waarbij de dader geen seksuele finaliteit voor ogen had, is het alsnog mogelijk dat hij schuldig wordt bevonden aan het misdrijf van verkrachting, wanneer de rechter meent dat het seksuele karakter van de penetratie vaststaat.

De rechter kan vaststellen dat de penetratie geen seksueel karakter vertoont, bijvoorbeeld wanneer het gaat om medische handelingen. Bij afwezigheid van het seksueel karakter, kan er geen sprake zijn van verkrachting.

Wenst u meer informatie over het misdrijf verkrachting of wil u worden bijgestaan door een gespecialiseerde advocaat? Neem dan gerust contact met ons op via info@bannister.be of via 03.369.28.00.