
Een beschuldiging van zedenfeiten heeft vaak een bijzonder ingrijpende impact op de persoon die ervan beschuldigd wordt. Zelfs wanneer de feiten niet bewezen of volledig onwaar blijken te zijn, is de maatschappelijke en persoonlijke impact enorm. De aard van dergelijk beschuldiging raakt immers aan fundamentele aspecten van iemands reputatie, integriteit en sociale positie. In tegenstelling tot vele andere aantijgingen, gaan beschuldigingen van zedenfeiten – ondanks het fundamentele principe van het vermoeden van onschuld – vaak gepaard met onmiddellijke publieke veroordeling.
Ook de juridische gevolgen die een valse beschuldiging teweeg kan brengen, mogen niet onderschat worden. Wanneer een gerechtelijk onderzoek wordt gestart is het dan ook niet ondenkbaar dat de persoon die valselijk beschuldigd is in voorlopige hechtenis wordt geplaatst, hetgeen directe gevolgen heeft op diens werk, relaties en omgeving. Zelfs wanneer deze persoon later vrijgesproken zou worden, kan de schade die inmiddels is aangericht moeilijk werkelijk hersteld worden.
Zo werd een cliënt die Bannister in het verleden heeft bijgestaan in eerste aanleg veroordeeld voor feiten van verkrachting. Nochtans hadden de seksuele betrekkingen volledig met toestemming plaatsgevonden. Zoals vaak in zedenzaken stonden de verklaringen van de verdachte en het slachtoffer lijnrecht tegenover elkaar. In dit soort situaties wordt veel belang gehecht aan de betrouwbaarheid van de verklaringen, alsook aan andere objectieve gegevens die deze – al dan niet – ondersteunen. In beroep werd deze cliënt terecht vrijgesproken, maar het onderzoek en de eerste veroordeling hebben evident wel een enorme impact op hem gehad.
Kortom, het is bijzonder kwalijk wanneer iemand volledig onterecht en valselijk beschuldigd wordt van dergelijke feiten. Bijgevolg heeft de wetgever getracht hieraan tegemoet te komen door de strafbaarstelling van laster en lasterlijke aangifte.
Laster
Laster betreft de situatie waarbij iemand kwaadwillig een bepaald feit ten laste legt, dat de eer kan krenken of die persoon aan de openbare verachting kan blootstellen, zonder dat het wettelijk bewijs hiervan wordt geleverd. Het moet aldus gaan om de aantijging van een bepaald feit, hetgeen impliceert dat dit precies omschreven is. Bovendien moet er een publiek karakter gekoppeld zijn aan de beschuldiging, deze moet aldus in het openbaar gedaan zijn.
Lasterlijke aangifte
Om strafbaar te zijn als lasterlijke aangifte daarentegen, is het niet vereist dat de aantijging in het openbaar plaatsvindt. Wel vereist de wet ook voor lasterlijke aangifte een kwaadwillig opzet. De verdachte moet aldus het oogmerk hebben gehad om het slachtoffer te schaden. Het gaat hierbij om een spontane – i.e. vrijwillige en ongedwongen – aangifte bij de overheid van een vals feit. Deze aangifte dient schriftelijk te gebeuren, doch volstaat het dat de politie akte neemt.
Wanneer is een valse beschuldiging werkelijk strafbaar?
Een belangrijke nuance hierbij is wel dat niet elke valse aangifte in de praktijk vervolgd zal worden. Het bewijs moet immers geleverd worden dat de aangifte met kwaadwillig opzet is gebeurd, en werkelijk vals is. Dit is namelijk niet hetzelfde als een aangifte van feiten die vervolgens niet bewezen kunnen worden. Met andere woorden zal niet elk dossier dat geseponeerd is of waarin de beklaagde is vrijgesproken, aanleiding geven tot een kwalificatie van het misdrijf laster of lasterlijke aangifte.
Ter illustratie
Er zijn tal van situaties denkbaar waarbij de verdachte niet vervolgd of veroordeeld wordt, maar het slachtoffer zich ook niet schuldig heeft gemaakt aan lasterlijke aangifte.
Bijvoorbeeld: twee personen leren elkaar kennen tijdens een avondje uit. Nadat ze samen iets gedronken hebben, hebben ze seksuele betrekkingen. Tijdens de betrekkingen verzet het slachtoffer zich niet, en geeft geen enkel signaal dat hij of zij de seksuele betrekkingen wil stoppen, noch dat hij of zij te dronken is om rechtsgeldig te kunnen toestemmen. Alles verloopt aldus ogenschijnlijk met wederzijdse toestemming.
De dag nadien voelt het slachtoffer zich slecht over wat er is gebeurd. Het slachtoffer heeft spijt van de seksuele betrekkingen, ervaart schuldgevoelens en heeft achteraf het gevoel dit niet gewild te hebben. Vanuit die beleving stapt het slachtoffer naar de politie en doet aangifte van verkrachting.
Tijdens het onderzoek blijkt echter dat er onvoldoende aanwijzingen voorhanden zijn dat de seksuele handelingen zonder toestemming plaatsvonden. Het dossier wordt vervolgens geseponeerd omdat uit de beschikbare bewijselementen blijkt dat er juridisch wel degelijk sprake was van toestemming.
Dat betekent echter niet automatisch dat het (vermeende) slachtoffer zich schuldig heeft gemaakt aan een lasterlijke aangifte. Indien hij of zij er oprecht van overtuigd was dat diens grenzen werden overschreden en vanuit die subjectieve beleving aangifte deed, ontbreekt het kwaadwillig opzet dat noodzakelijk is om te kwalificeren als het misdrijf lasterlijke aangifte. Het feit dat het onderzoek aldus niet leidt tot een vervolging of veroordeling, volstaat op zich niet om te besluiten dat de aangever bewust en kwaadwillig heeft gelogen.
Het spanningsveld tussen bescherming tegen valse aangiftes en verhoging van de aangiftebereidheid
Slachtoffers van zedenmisdrijven ervaren vaak een drempel om aangifte te doen van hetgeen hen overkomen is, onder meer doordat het doorgaans gaat om een woord-tegen-woordsituatie en het bewijs dus moeilijk geleverd kan worden. Wanneer slachtoffers riskeren om daarna zelf vervolgd te worden als verdachte van laster of lasterlijke aangifte, wordt de drempel om aangifte te doen nog groter.
Om dit te vermijden, wordt er beleidsmatig dan ook zeer voorzichtig omgegaan met aangiftes voor laster en lasterlijke aangifte. De balans tussen enerzijds de bescherming van personen die valselijk beticht worden en hierdoor aanzienlijke schade lijden, en anderzijds het verhogen van de aangiftebereidheid voor slachtoffers van seksueel misbruik, is dan ook een moeilijke opgave.
De bijstand van een gespecialiseerd advocaat is dan ook aangewezen.
Heeft u hierover vragen of wordt u (valselijk) beschuldigd van zedenfeiten? Aarzel dan niet om ons te contacteren op 03/369.28.00 of info@bannister.be.